fractie 2010

Ontwerp Station

gezien vanaf perronzijde

Vetkamp / Molenplein

Marechausseekazerne

ChristenUnie-SGP fractie 06-10


Toren
     

AchtergrondenAchtergronden

U bent hier:
ChristenUnie-SGP Nijkerk
Achtergronden

Nieuw Wmo-beleid2012-2015: energie wordt kracht

Het college heeft de uitgangpunten voor een nieuw beleidsplan Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) vastgesteld. Het college wil met het nieuwe beleidsplan Wmo de goede initiatieven van inwoners en lokale netwerken in Nijkerk op een hoger plan tillen. Het uiteindelijke doel van het Wmo-beleid is de mogelijkheden te versterken van inwoners om mee te doen aan de samenleving, rekening houden met eigen kracht, zelfredzaamheid, talent en beperking.

 

Het college zal zeven uitgangspunten aan de gemeenteraad voorleggen:

1)     De eigen kracht van de inwoners van Nijkerk en hun netwerken zijn het uitgangspunt. Er zit veel energie in de netwerken die nog beter benut kan worden.

2)     Er moet een goed zicht zijn op beschikbare budgetten, kostenontwikkeling en bezuinigingen.

3)     De zorg- en welzijnsstructuur in Nijkerk moet passen bij de toekomstige ontwikkelingen. Zelfredzaamheid en preventie zijn speerpunten, zodat er minder dure zorg nodig is.

4)     Informele netwerken van inwoners zijn het vertrekpunt van ondersteuning, activiteiten van organisaties dragen hieraan bij.

5)     Wat betreft jeugdbeleid staat centraal dat ouders en jeugd geholpen worden juist zelf opvoedingsvragen op te kunnen lossen.

6)     Werving en ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers krijgt veel aandacht.

7)     Nijkerk wil ook in de toekomst een ‘sociaal gezicht’ houden.

De uitgangspunten zijn gebaseerd op een evaluatie van de afgelopen beleidsperiode en gelden voor het beleidsplan 2012 t/m2015. Indeze periode vinden veel veranderingen plaats. Het gaat over op de overgang van alle jeugdzorg naar gemeenten. Ook wordt de functie “begeleiding” overgeheveld uit de AWBZ naar de Wmo. Tot slot wordt de Wet werken naar vermogen ingevoerd, waarbij een aantal regelingen voor re-integratie in één wet komen. De overheveling van deze nieuwe taken gaat samen met een aantal kortingen. De gemeente moet meer taken  met minder geld en voor een grotere groep inwoners - er komen meer ouderen- uitvoeren.

Het college vindt het daarom belangrijk dat er een cultuuromslag komt. Niet wat maatschappelijke organisaties te bieden hebben, maar vragen van inwoners staan centraal. Ook betekent het dat niet elke vraag van inwoners gehonoreerd kan worden. Een zorgvuldige afweging zal steeds nodig zijn. Goede informatievoorziening en participatie horen daar bij. De basis voor de uitgangspunten is dan ook samen met maatschappelijke organisaties en de Wmo-adviesraad gelegd. Het nieuwe beleidsplan Wmo zal de gemeente ook samen met hen en inwoners maken.

De gemeenteraad neemt op 27 oktober een beslissing over de uitgangspunten. In maart 2012 zal de gemeenteraad een beslissing nemen over het beleidsplan. Tot zover het persbericht van de gemeente Nijkerk

 Al uw ervaringen en vragen en/of opmerkingen zijn van harte welkom bij onze fractie:  fractie@nijkerk.christenunie.nl

kadernota 2012

 

Algemene beschouwingen ChristenUnie-SGPfractie kadernota 2012

 

Voorzitter, leden van het college, leden van de raad, dames en heren,

 

We hebben de kadernota 2012 voor ons liggen. Een kadernota waarin slechts één ding centraal staat en dat zijn de bezuinigingen die op ons af gaan komen. Daarbij kunnen we met elkaar constateren dat een groot deel van de bezuinigingen naar verwachting in het sociale domein terecht gaat komen. Dat deed mij denken aan wat er in de Bijbel, in Deuteronomium 24 om precies te zijn, geschreven staat. Het volk Israël krijgt daar van God de opdracht om de rechten van vreemdelingen, weduwen en wezen te eerbiedigen. In die tijd sociaal gezien de zwakste groepen. Deze opdracht zegt veel over hoe belangrijk die zorg in de Bijbel gevonden wordt. In de wereld van toen was dat namelijk bepaald geen gangbare zaak. De zorg voor de zwakkeren in de samenleving is een plicht die ook nu, in deze tijd, voor ons geldt. Een tijd van grote financiële onzekerheid voor velen en van concrete financiële moeiten voor bepaalde groepen.

 

Onzekerheid is er ook op bestuurlijk vlak. Hebben we nu wel of niet een bestuursakkoord? Dat is natuurlijk de grote vraag waar we als gemeente ook tegen aanlopen. Mocht het kabinet de uitslag van het VNG-congres uiteindelijk niet accepteren, dan is het helemaal de vraag waar we staan. De VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) ziet geen enkele reden om alle afspraken in het kader van het akkoord overboord te zetten, terwijl de minister aangaf dat het niet helemaal instemmen met het volledige akkoord voor hem gelijk staat met het helemaal niet accepteren ervan. De conclusie is dat de onzekerheid over de beleidswijzigingen en de financiële gevolgen ervan niet of nauwelijks is afgenomen. Daardoor is het lastig om op dit moment ver vooruit te kijken. Enerzijds is dat uiteraard jammer om te moeten constateren, juist nu we als raad de algemene beschouwingen naar voren hebben gehaald. Anderzijds geldt natuurlijk net als anders dat de doelstelling voor nu is, het college de kaders mee te geven voor de begroting. Daarover valt ook bij deze kadernota zeker het een en ander te zeggen.

 

Wel of geen bestuursakkoord, er staan ons als gemeente grote veranderingen te wachten. We zien nieuwe taken op ons afkomen, bijvoorbeeld ten aanzien van de jeugdzorg. De landelijke overheid trekt zich op meerdere gebieden terug en legt een grotere verantwoordelijkheid bij lagere overheden en/of bij de burger. We zien dat op het gebied van ruimtelijke ordening, evenals op dat van milieu en natuur. De rigoureusheid waarmee dat gebeurt gaat soms ver. Waar het rijk taken delegeert of zaken helemaal laat liggen, kunnen we als gemeente de gevolgen ervan voor onze burgers niet of maar ten dele verzachten. Dat geldt ook heel concreet voor de mogelijke gevolgen van de nieuwe Wet Werken naar Vermogen.

Als gemeente moeten we ons realiseren dat, meer dan in het verleden, beleid gemaakt moet worden en uitvoering eraan gegeven zal moeten worden in samenwerking met het maatschappelijk middenveld. Van burgers en maatschappelijke organisaties zal in de komende jaren meer initiatief en zelfstandigheid gevraagd worden. De vanzelfsprekendheid waarmee soms naar de overheid gekeken wordt als probleemoplosser zal moeten gaan veranderen.

 

Het belang van het vrijwilligerswerk zal toenemen. Vrijwilligerswerk – wat niet hetzelfde is als werk door fors gesubsidieerde instellingen. Mw. Jorritsma refereerde op het VNG-congres al aan de brede beschikbaarheid van vitale ouderen daarvoor; van essentieel belang om de samenleving draaiende en leefbaar te houden. Daarnaast overigens een goed en belangrijk voorbeeld voor een jongere generatie, die meer dan voorgaande generaties geleerd heeft voor zichzelf op te komen, wat echter gedeeltelijk ten koste gegaan is van gemeenschapszin en verantwoordelijkheid voor je omgeving, zeg maar burgerschapsvorming.

De Winter, hoogleraar pedagogiek in Utrecht, vroeg tijdens het congres aandacht  voor jongeren in onze samenleving en voor gemeentelijk jeugdbeleid. Volgens hem moet de overheid investeren in de sociale context om het ontstaan van een samenleving van egoïsten tegen te gaan. Overigens kun je in dat laatste geval feitelijk natuurlijk niet meer spreken van een samenleving. De Winter ziet daar een mooie opdracht voor gemeentebesturen. De daaraan verbonden conclusie van lokale bestuurders, dat beter gemeentelijk beleid betekent dat er minder een beroep wordt gedaan op de jeugdzorg, gaat echter weer teveel uit van de maakbaarheid van de samenleving door de overheid. Volgens Abraham Kuyper, de meesten onder u van naam vast nog wel bekend, is de overheid slechts een van de vele kringen die een samenleving vormen en is haar invloed beperkt. Beperkter dan vaak uit onze manier van spreken opgemaakt zou kunnen worden en beperkter dan de verwachtingen die er vaak bij burgers leven. Ik noemde dat zojuist ook al even. Een en ander onderstreept echter wel het belang van een integraal gemeentelijk jeugdbeleid, waar op dit moment door de gemeente aan gewerkt wordt en waarvan we het resultaat met belangstelling afwachten.

 

Mede omdat de invloed van de overheid op veel terreinen vaak beperkt is, zijn goede communicatie door de gemeente en burgerparticipatie ook zo belangrijk. Op dat gebied zijn inmiddels goede stappen gezet, zowel beleidsmatig als in de praktijk. Net deze maand zien we daar ook een duidelijk voorbeeld van. Ik denk dan aan de structuurvisie. Het voorbeeld van Nijkerkerveen kwam echter kort geleden ook voorbij. Een voorbeeld dat duidelijk minder tot tevredenheid stemt. Blijvende aandacht is hier dan ook zeker voor nodig.

 

Ik noemde zojuist het vrijwilligerswerk. Vorig jaar hebben wij ook al aandacht gevraagd voor het belang daarvan. Wij vinden het belangrijk om als raad in de nabije toekomst een discussie te voeren over de plaats van het vrijwilligerswerk in de gemeente en het beleid van de gemeente op dat terrein. Locale ontwikkelingen als die rond het UVV en landelijke ontwikkelingen als de korting op het WMO-budget, voeden naar onze mening de noodzaak daarvan alleen maar des te meer. Graag zouden we van de andere fracties en van het college horen hoe zij daarover denken.

 

Het college geeft in de kadernota aan de bezuinigingen die op ons afkomen in principe één-op-één te willen doorvoeren binnen het beleidsterrein dat er door getroffen wordt. Op zich kunnen wij ons daarin vinden. Waar het echter naar onze mening niet onverkort doorgevoerd kan worden is op het gebied van het minimabeleid. Het bedrag dat daarop bezuinigd moet worden, wordt voor een gedeelte afgedwongen door de verlaging van het bijstandsniveau van 120 naar 110%. Dat is een kabinetsmaatregel waar wij als fractie niet blij mee zijn.We hebben hier echter geen keuze. Het betreft een wettelijke maatregel die doorgevoerd zal worden. Verdere verlaging van dat niveau vinden wij echter niet acceptabel. Ook het uitkleden of stopzetten van een aantal bijstandsregelingen, zoals de witgoedregeling en de collectieve zorgverzekering, willen wij voorkomen. Het principe dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten dragen onderschrijven wij. Dat wil niet zeggen dat je als gemeentebestuur een bepaalde categorie burgers kunt vrijwaren of zelfs zou moeten willen vrijwaren van de gevolgen van de economische crisis. Met de genoemde regelingen moeten we echter zorgvuldig omgaan en deze niet te snel geheel of gedeeltelijk opofferen. In het Bijbelboek Deuteronomium wordt de zorg voor de sociaal zwakkere groepen niet alleen in zijn algemeenheid genoemd. Deze zorg wordt ook heel concreet uitgewerkt in bijvoorbeeld de bepaling dat bij de graan- of de druivenoogst geen nalezing mag plaatsvinden. ´De rest is voor de vreemdelingen, weduwen en wezen.´ Dat gold niet alleen in jaren van overvloed, maar juist ook in jaren van schaarste. In het coalitieakkoord is ook vastgelegd dat een ruimhartig sociaal beleid gevoerd moet worden voor hen die dat echt nodig hebben.

Nu is het zo dat we als gemeente per 1 januari de grens van 40.000 inwoners gepasseerd zullen zijn. Dat heeft ook consequenties voor de vergoeding van raadsleden. Deze zal daardoor omhoog gaan. Het werk dat van raadsleden gevraagd wordt zal er echter niet direct door toenemen. Van onze burgers vragen we in deze tijd een grotere mate van solidariteit en mijn fractie is van mening dat we daarbij als raad ook zelf een voorbeeld kunnen stellen. Om die reden komt de fractie van ChristenUnie-SGP met het voorstel, in de vorm van een motie, om de helft van de verhoging van de raadsvergoeding voor het resterende deel van deze raadsperiode in te zetten om de aanvullende regelingen op het gebied van de bijstand in stand te houden. In de motie wordt aangegeven dat het daarbij onze bedoeling is dat deze middelen alleen ingezet worden voor dat specifieke terrein.

 

In het kader van FrisValley, het regionale initiatief rond alcoholpreventie bij jongeren, is een onderzoek gedaan naar de verkoop van alcohol aan jongeren beneden de 16 jaar. Daaruit is gebleken hoe gemakkelijk het is voor jongeren om in onze gemeente aan alcohol te komen. Om dat wat meer concreet te maken enkele cijfers. Van alle pogingen om in sportkantines aan alcohol te komen als jongere van nog geen 16, bleek 71% succesvol en voor de horeca bleek dat zelfs 96% te zijn. Wij maken ons daar wel zorgen over, voorzitter. Vanuit de regio wordt gepleit om de ondergrens voor alcoholverkoop naar 18 jaar te brengen. Wij staan daar volledig achter. Uiteraard heeft dat alleen zin als er sprake is van goede handhaving. Nu komt de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de Drank- en Horecawet waarschijnlijk met ingang van 1 januari 2012 bij de gemeenten te liggen. Wij vinden dat des te meer een reden om ons als gemeente goed te bezinnen op de wijze waarop wij die verantwoordelijkheid willen invullen en daarbij niet slechts te wachten op de uitkomsten van FrisValley. Het gaat hier ten slotte om de gezondheid en de sociale veiligheid van onze jeugd. Voorkomen is beter dan genezen. In het verlengde hiervan komt de fractie van ChristenUnie-SGP met een motie. Ons verzoek daarin aan het college is om voor 1 januari 2012 met een voorstel naar de raad te komen, waarin aangegeven wordt hoe de naleving van de wet en de handhaving ervan door de gemeente uitgevoerd en eventueel geoptimaliseerd kan worden en welke doelen we daarbij stellen. Daarnaast ook aan te geven welke sancties gehanteerd worden bij het niet naleven van de wet en dit ook specifiek uit te werken voor verenigingen en organisaties waar de gemeente een subsidierelatie mee heeft. Naar onze mening mogen we daarbij best een enigszins ambitieuze doelstelling hanteren. In plaats van 80% geslaagde pogingen van alcoholaankoop door jongeren zouden we bijvoorbeeld als streven voor eind 2012 maximaal 50% als doelstelling kunnen formuleren.

 

Voorzitter, bij de begrotingsbehandeling in november j.l.  hebben we de motie ´In veilige handen´ ingediend. Deze motie vroeg het college het protocol ter voorkoming van seksueel misbruik van kinderen en jongeren, ontwikkeld door de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk in samenwerking met onder meerNOC*NSF, onder de aandacht te brengen bij verenigingen en vrijwilligersorganisaties in de gemeente die met kinderen en jongeren werken. Onderdeel hiervan vormde de verplichting  een Verklaring Omtrent het Gedrag te vragen van vrijwilligers die veel met kinderen en jongeren werken.

Het college constateert in de kadernota dat deze motie het vorig jaar niet heeft gehaald, maar dat wel is toegezegd dit te onderzoeken. Uitwerking ervan is door het college nu verschoven naar het nieuwe WMO-beleidsplan. Voorzitter, vergunt u mij een correctie op het geschetste beeld. De wethouder heeft in het begrotingsdebat aangegeven dat hij sympathiek stond tegenover de strekking van de motie.  De strekking ervan was maatregelen te nemen met de uiteindelijke bedoeling in gezamenlijkheid met sport- en andere clubs te werken aan een cultuurverandering. Dat wil zeggen, expliciet aandacht hebben voor en beleidsafspraken maken met betrekking tot het creëren van een veilige omgeving voor kinderen en jongeren. Echter, het tijdstip was niet gelukkig, aldus de wethouder, omdat de besprekingen over de subsidietoekenning voor 2011 inmiddels gevoerd waren en aanvullende voorwaarden daar dus niet meer in meegenomen konden worden. De toezegging is toen gedaan als college bij de kadernota met een uitgewerkt voorstel te komen. Onze vraag aan het college is nu wat de consequenties zijn van het vooruitschuiven van de uitwerking van het voorstel. Betekent dit nu dat een en ander niet meegenomen wordt in de subsidiebesprekingen voor 2012 of de voorbereidingen daarop?

 

Voorzitter, het einde van de ontwikkeling van Groot Corlaer is in zicht. De woningbouw in de kern Nijkerk mag echter niet stagneren. Het is daarom niet alleen wenselijk maar in onze ogen ook noodzakelijk, dat de planontwikkeling voor de locatie Doornsteeg voortvarend ter hand wordt genomen. Bij deze planontwikkeling mag voldoende aandacht voor duurzaamheid niet ontbreken. Dit aspect moet vanaf het begin worden meegenomen. Mijn fractie wil in een later stadium niet geconfronteerd worden met de opmerking dat we te laat zijn om bepaalde technieken of methodes toe te passen.

Het plan Doornsteeg grenst aan het industrieterrein Watergoor en ligt vlakbij de waterzuivering. Dit biedt goede kansen op het gebied van het toepassen van duurzame energie. Wij roepen het college dan ook op om de omliggende bedrijven en de nog te ontwikkelen bedrijven te betrekken bij de plannen rond de Doornsteeg. Ook de waterzuivering en het terrein van de waterzuivering zijn bij uitstek geschikt om de koppeling met de nieuw te bouwen locatie Doornsteeg te leggen. Wij vragen het college om met het waterschap in overleg te gaan wat de mogelijkheden hieromtrent zijn en ons bij de verdere planontwikkeling hierover te informeren.

 

Bij de behandeling van de jaarrekening hebben we de afgelopen maand gesproken over het ziekteverzuim en de werkdruk zoals die ervaren wordt door de ambtelijke organisatie. Van de kant van het college werd aangegeven dat de rek er helemaal uit is. Onze conclusie is dat we echt keuzes zullen moeten maken met betrekking tot de uitvoering van de structuurvisie en het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan en ander nieuw beleid. Een tijd van bezuinigen betekent ook dat je als raad moet accepteren dat nieuwe grote plannen getemporiseerd moeten worden. Ook de personeelskosten moeten binnen de perken gehouden worden en je kunt dus niet eindeloos derden inhuren voor het extra werk dat je zelf als gemeentebestuur creëert. Graag zouden we in dit kader een inhoudelijke discussie gevoerd zien worden door de raad en het college over het ambitieniveau van de gemeente voor de komende jaren. Wij vragen ons af hoe andere fracties en het college hier tegenaan kijken.

 

Nijkerk 600 jaar: Wat is de stand van zaken met betrekking tot de projectgroep en de planvorming? De vorige maand hebben wij deze vraag ook gesteld bij de jaarrekening. Toen werd gezegd dat alles op schema lag. We horen echter geluiden dat het niet gaat zoals gewenst en dat initiatieven nog niet zo heel eenvoudig van de grond komen. Graag een heldere toelichting van het college.

 

Voorzitter, over de financiële kant van de kadenota het volgende:

Het tekort op de begroting voor 2012 en 2013 is niet structureel en daarom mogen deze tekorten gedekt worden vanuit de reserve kredietcrisis. Voor 2014 en 2015 zien we echter al weer nieuwe bezuinigingen aankomen, al zijn die dan ook nog niet verwerkt in deze kadernota. Onze vraag is dan ook in hoeverre het verstandig is om de tekorten voor de komende twee jaren te dekken op de voorgestelde manier. Op dit moment is het helemaal de vraag wanneer we de gevolgen van deze crisis te boven zijn. Met de reserve kredietcrisis gaat het echter op deze manier best wel hard.

In het voorstel om de Reserve Investeringen in de Nijkerkse Samenleving aan te wijzen als dekkingsmiddel voor de uitwerking van de structuurvisie, kunnen wij ons in principe vinden. Wat ons betreft geldt dat dan alleen wel voor de complete reserve, voor zover daar via raadsbesluiten nog geen beslag op is gelegd. Graag horen wij hoe het college daar tegenaan kijkt.

 

Ik kom tot een afronding. Zoals u heeft kunnen horen hebben we vooral veel aandacht gehad voor de sociale kant van het gemeentelijk beleid. Dat wil niet zeggen dat andere terreinen even niet zo belangrijk zijn. Wat ik echter aan het begin van mijn verhaal al aangaf, we zijn op een punt aangekomen waar concrete groepen burgers de gevolgen van de crisis via de keuzes in het overheidsbeleid meer en meer gaan merken. De zorg voor de zwakkeren in de samenleving weegt daarbij voor ons wel zwaar. Wij zien daar voor ons als gemeentelijke overheid een duidelijke Bijbelse opdracht en verantwoordelijkheid weggelegd. Wij wensen het college en onszelf als raad toe dat God ons de nodige wijsheid mag geven om ook in deze tijd een verantwoord bestuur over onze gemeente te kunnen uitoefenen.

 

23 juni 2011      ChristenUnie-SGPfractie,  namens deze,  Hilbrand Rozema,  fractievoorzitter

Treinstation Hoevelaken

In de begroting 2009 geeft het college aan een begin te willen maken met de realisatie van een treinstation in Hoevelaken. Wethouder Lambooij heeft zich met schier onaflatende ijver daarvoor ingezet. Er waren gesprekken nodig met de gemeente Nijkerk, de gemeente Amersfoort (op wiens grondgebied het station komt te liggen), de provincie Gelderland, de provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en ProRail. Een hele klus voor de verantwoordelijk wethouder die daarvoor dan ook méér dan één wethoudersperiode nodig had. Met een bijdrage van € 5,9 miljoen van de provincie Gelderland is de klus bijna geklaard. De bouw van het station kost in totaal ongeveer € 8 miljoen. De overige ruim € 2 miljoen betaalt de gemeente Nijkerk.

 

ChristenUnie-SGP motie aangenomen; Algemene Beschouwingen vanaf 2011 rond de Kadernota

Bij de Algemene Beschouwingen van vorig jaar heeft de ChristenUnie-SGP een pleidoor gehouden om de Algemene Beschouwingen niet meer rond de begrotingsvergadering maar rond de Kadernota te houden. Er bleek toen sympathie voor de gedachte. Bij de Algemene Beschouwingen bij de begroting 2010 leek zich een meerderheid af te tekenen voor onze gedachte. Tijd om middels een motie een raadsuitspraak te vragen. De motie luidt als volgt:

MOTIE

Onderwerp : Algemene beschouwingen bij Kadernota

 De raad van de gemeente Nijkerk in vergadering bijeen op 2 en 3 november 2009;

Overwegende dat: de gemeenteraad van Nijkerk traditiegetrouw de algemene beschouwingen houdt naar aanleiding van de door het college gepresenteerde ontwerp-begroting;  de raad bij de Kadernota juist richtlijnen en kaders kan meegeven voor het opstellen van de begroting;  de raad vervolgens in de begrotingsvergadering zelf kan controleren in hoeverre aan die richtlijnen en kaders gehoor is gegeven; dat hierdoor de kaderstellende én controlerende rol van de raad veel beter tot zijn recht komt;

Spreekt uit:

  1. de algemene beschouwingen met ingang van 2011 bij de Kadernota te houden;
  2. de ontwerp-begroting vanaf dat moment te toetsen aan de uitkomsten van de behandeling van de Kadernota en nieuwe ontwikkelingen

en gaat over tot de orde van de dag.

Fractie ChristenUnie-SGP, namens deze, Geert Horst, Fractievoorzitter.

 

De motie is aangenomen met 19 stemmen voor en 6 stemmen tegen. De volledige CDA fractie stemde tegen.