Algemene beschouwingen bij de Voorjaarsnota 2017

Complete Fractiedinsdag 27 juni 2017 06:39

Het zijn de laatste beschouwingen van deze raad. Vier jaar zijn weer omgevlogen. Na het zomerreces zullen we de invloed van de verkiezingen gaan merken. Hoe de raad er volgend jaar gaat uitzien en welk college er dan zit is de vraag. Maar voorzitter, laten we daar nu niet op vooruitlopen. De crisis ligt achter ons, de markten trekken aan, het vertrouwen van de consument stijgt en Nijkerk heeft een positieve meerjarenprognose op de begroting, en de meicirculaire vult dit nog verder aan. Voorzitter, dan zou 10 minuten ruim voldoende moeten zijn om dit te beschouwen, maar dat gaat ons niet lukken. We hebben op onderdelen zorg en missen accenten en oplossingen en maar beperken ons tot de zaken die ons het meest aan het hart liggen.

Link naar de agenda van de Raadsvergadering op 26 juni 2017

Het Sociaal Domein.

Ten aanzien van het sociaal domein constateert het college dat de transitie inmiddels voor een belangrijk deel achter de rug is. Maar dat er voor de transformatie nog veel inspanning nodig zal zijn. Dat laatste vergt een cultuurverandering die nog maar net is ingezet. De vraag is in dit verband wel hoe je transitie definieert. Technisch is bijv. de overgang van de jeugdzorg allang een feit. Dat is iets anders dan dat we alle zorg die verleend wordt binnen de jeugdzorg scherp in beeld hebben en dat het casco van die zorg staat. We zijn blij met de raadsinformatiebrief die het college de raad enkele weken geleden heeft doen toekomen en waarin nu een begin is gemaakt met het goed in beeld krijgen van die zorg. Wij zien de gevraagde en verstrekte informatie als een goede start van de monitor op dit gebied. We zijn ook blij met de eerder gedane toezegging om het komend najaar, nog voorafgaand aan de behandeling van de begroting, aanvullende informatie te verstrekken en als college en raad integraal over dit onderwerp van gedachten te willen wisselen. We roepen het college op om zich dan niet te beperken tot een goed overzicht van feiten en cijfers maar waar nodig ook met een gedegen analyse ervan te komen.

We hebben inmiddels al enkele jaren gesproken over het opzetten van de monitor sociaal domein. We hebben er ook al een aantal malen extra geld voor uitgetrokken. Desondanks heeft deze nog steeds niet de vorm die wij ervan verwachten, en dat is nogal voorzichtig uitgedrukt. In de voorjaarsnota schrijft het college op pag. 13: ‘Het onderwerp monitoring heeft aanvullend op de evaluatie (nl. die van de gebiedsteams) volop onze aandacht. Dit najaar willen we u op een apart moment hierover informeren …’ Voorzitter, laten we stoppen met praten over monitoren, maar het gewoon gaan doen. Wat weten we al en wat nog niet en wat willen we überhaupt weten. Als je die vragen beantwoordt, heb je in ieder geval het raamwerk van de monitor. Als dan het raamwerk niet compleet gevuld is zij dit zo. Dan kun je echter gericht werken aan het verzamelen van de (door de raad) gewenste informatie. In dat kader dienen wij de volgende motie in: Monitoring sociaal domein. (deze motie is aangenomen)

Laten we ook stoppen met praten over het op termijn terugverdienen van preventieve investeringen. Rond gebiedsteams is dit ook steeds weer het geval en de termijn waarop we resultaat mogen verwachten wordt steeds opgerekt. Ook nu ontvangen we weer een voorwaarschuwing. Ik citeer (pag. 13):  ‘Nadeel van dit scherpe tijdpad (richting medio 2018) is, dat er weinig tijd is om de doorgevoerde (en nog door te voeren) verbeteringen (met betrekking tot de gebiedsteams) tot meetbaar effect te laten komen.’ Laten we gewoon kijken naar het functioneren in het algemeen en de output die we zien en dan beoordelen of we de, vooralsnog steeds groeiende, investeringen in de gebiedsteams een goede investering vinden. Zonder de onmogelijke opgave om daarin de aanname te verdisconteren dat preventie zichzelf ooit terugbetaalt. Als dat over tien jaar inderdaad zo mocht zijn, vinden we vast wel een zinvolle bestemming voor dat positieve resultaat.

We hebben onze zorg over het budget jeugdzorg, en tevens over de vraag of wij als gemeente niet teveel denken te kunnen bereiken met preventie en eerstelijnszorg. Wij hebben de indruk dat dat, onbedoeld, wellicht mede een oorzaak is van een soort golf in de vraag naar (zwaardere) jeugdzorg. Voorzitter, dat de zorg rond jongeren en gezinnen, nu de verantwoordelijkheid daarvoor bij de gemeenten ligt, integraal wordt aangeboden is een uitstekende zaak. Overschatten we alleen niet onze mogelijkheden als gemeente om de zorg die benodigd is, in vergelijking met het verleden, af te schalen?! Graag een reactie van het college hierop.

Met betrekking tot jongeren in de jeugdzorg die de grens van 18 jaar passeren, bereiken ons signalen dat niet in alle categorieën jeugdzorg deze overgang soepel verloopt, op een wijze die die jongeren en de zorg voor die jongeren dient. Als je spreekt over ontschotten van zorg en budgetten, dan verdient naar ons idee deze cruciale overgang in het leven van jongeren waarvoor zorg nodig is goede aandacht. Maar wellicht kan het college onze zorg wegnemen. (?)

Ten aanzien van de WMO is onze indruk dat we als gemeente nu op de goede weg zijn betreffende huishoudelijke hulp. Zorg hebben we echter ten aanzien van begeleiding en dagbesteding. Deze zorg betreft de vraag in hoeverre we mensen die dit nodig hebben in beeld hebben en ze deze zorg daadwerkelijk krijgen. Daarnaast hebben we zorg of in alle gevallen het gewenste niveau van zorg aangeboden wordt. We constateren dat we tot op heden substantiële bedragen op het sociaal domein overhouden waarmee in de praktijk gaten elders opgevuld kunnen worden. Deze groep levert daarvoor een belangrijke bijdrage. Is dat terecht? We vinden het van groot belang om als raad ook op deze groep meer zich te krijgen. In dat verband dienen we de volgende motie in: Kwaliteitsslag sociaal domein. (deze motie is aangenomen)

De verantwoordelijkheid voor opvang en bescherming gaat per 2020 van de centrumgemeenten naar alle gemeenten individueel. Voor zover ons bekend geldt dat voor zowel de financiën als de uitvoering. Het signaal dat begin dit jaar in regioverband werd afgegeven was, dat uitstroom uit zorg met verblijf een probleem is vanwege de beperkte beschikbaarheid van geschikte woningen. Onze vraag aan het college is in hoeverre Nijkerk hierop voorbereid is of zich aan het voorbereiden is.

Voorzitter, we zijn er als fractie van overtuigd dat we als gemeente al veel goede dingen doen in het sociaal domein en ook dat we veel dingen goed doen. De inzet van allerlei medewerkers op dit terrein, binnen de gebiedsteams en daarbuiten, verdient onze waardering. In het voorgaande hebben we echter enkele punten willen aanstippen waarover we onze zorgen hebben of waar naar onze mening verbetering mogelijk is.

Samen aan Zet.

Het afgelopen jaar is veel tijd en energie gestoken in het proces van Samen aan Zet. Door de inwoners van Nijkerk die hierbij betrokken waren maar ook ambtelijk. Een cultuurverandering die aanwezig is in de samenleving wordt hiermee ondersteund en geeft vorm aan een gemeente Nijkerk 2.0. Dat dit niet makkelijk is wisten we van te voren.

De voorstellen 3,5,6 en 8 uit het raadsvoorstel zijn een gevolg van deze ontwikkeling. Voorzitter, voorstel 3 hebben wij zowel bij de voorjaarsnota 2016 als bij de begroting al genoemd en bij motie ingediend. Blij dat het college deze nu alsnog overneemt. Aangaande voorstel 4 hebben wij onze bedenkingen en deze is niet in lijn met de discussies die wij afgelopen weken met elkaar hebben gevoerd. Wij hebben dan ook het volgende Amendement: Betrekken bestaand beleid bij integrale afweging Samen aan Zet. (Dit amendement is ingetrokken omdat er een amendement was dat verstrekkender is)

Voorzitter, aansluitend daarop hebben wij afgelopen maanden in het proces Samen aan Zet steeds de integraliteit benadrukt en de relatie met bestaand beleid. Om dit voor de komende tijd te borgen hebben wij de volgende motie: Betrekken bestaand beleid bij integrale afweging Samen aan Zet. (deze motie is aangenomen)

Duurzaamheid.

Het inzetten van duurzaamheidsleningen om zo Nijkerkse particulieren te ondersteunen bij het treffen van duurzaamheidsmaatregelen vinden wij een goede zaak. Met name op het gebied van isolatie is nog veel te winnen. En voorkomen van verspilling is altijd nog de meest duurzame oplossing. Wij hebben vorig jaar de motie dan ook ondersteund en kunnen ons dan ook vinden in het opzetten van dit fonds en hiervoor een miljoen euro ter beschikking te stellen.

Extra geld voor het Gelders Energie Akkoord. Voorzitter, u weet dat wij graag inzetten op projecten en minder op nota’s en beleid, hoewel het een natuurlijk niet gaat zonder het ander. Op pagina 19 van de voorjaarsnota gaat u in op de problematiek van de asbestdaken. Er zijn Nijkerk ook veel asbestdaken aanwezig zijn en deze moeten voor 2024 verwijderd zijn. De actie asbest eraf zonnepanelen erop heeft niet het gewenste resultaat gehad. Wij willen u vragen dit toch opnieuw op te pakken en hebben daar de volgende motie voor: Sanering asbestdaken. (deze motie is aangenomen)

Voorzitter, bij duurzaamheid gaat het veelal om energie. Het duurzaam gebruik van grondstoffen is nog een ondergeschoven kindje. Dat de gemeente hiermee bezig is blijkt uit het tekenen van een betonconvenant binnen de Regio Foodvalley. Dat hier meer nadruk op moet komen te liggen blijkt uit het feit dat wij bij motie dit in Woonpark Hoevelaken moesten toevoegen. Het gebruik en hergebruik van grondstoffen en materialen is in een circulaire economie een gewone zaak. Om dit in het beleid van Nijkerk beter te gaan borgen hebben wij de volgende motie: Circulair inkopen. (deze motie is aangenomen)

Voorzitter, dan wil de fractie van ChristenUnie-SGP nog kort enkele zaken aanstippen en meegeven/verzoeken aan het college om deze mee te nemen in de begroting.

Uit de jaarcijfers van 2016 blijkt het ziekteverzuim in de gemeente Nijkerk hoog te zijn en dit zet zich in het eerste kwartaal 2017 door. De werkdruk in de organisatie is door de kanteling zowel in dit huis, als buiten dit huis en de aantrekkende economie hoog. Toch bleef er in 2016 ruim 400.000 euro op de personeelskosten. Een gemiste kans om dit niet op het juiste moment in te zetten. Wij hopen dat u in 2017 hier alert op bent en de juiste middelen inzet op het juiste moment om zo te komen tot minder werkdruk en waarschijnlijk een lager ziekteverzuim.

Een begroting met financiële ruimte. Wat wij missen is het op orde brengen van onze voorzieningen. De afgelopen jaren hebben wij financieel kunnen overleven door onze voorzieningen aan te spreken. Het zou goed zijn als wij nu eerst deze voorzieningen op peil brengen voordat we het gaan uitgeven aan nieuwe dingen. Daarbij valt met name te denken aan onze voorziening wegen. Ook sparen voor zaken die nog komen gaan of mogelijk magere jaren heeft ons in het verleden gebracht daar waar wij nu zijn.

Daarnaast IBOR. Dit blijft een punt van zorg. Het woord IBOR komt in de voorjaarsnota geeneens voor. Veel klachten krijgen wij hierover en jaar op jaar vragen wij hier aandacht voor. Zou er bij de begroting nu wel ruimte in de begroting komen.  Hopelijk heeft de verschuiving van de portefeuille IBOR van wethouder van Veelen naar de taxus knippende wethouder met groene vingers Van Loozen hierop een positieve uitwerking. Op dit punt kan zij op onze steun rekenen.

Voorzitter zoals bij de jaarcijfers 2016 al kort gememoreerd zien wij nog achterstanden op onze gemeentelijk doelen eenzaamheid en inzet van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Graag aandacht hiervoor in de begroting.

Voorzitter, ik sluit af.

We begonnen met vooruit te kijken, dat is ook noodzakelijk, zeker bij Algemene beschouwingen. Maar toch willen we kort even terugzien.

Een bewogen jaar ligt achter ons, een jaar waarin veel droevige zaken zijn gebeurd. Veel verdriet was en is er nog steeds in onze gemeente. Burgemeester, u bent dan vanuit uw rol de eerst aangewezene om hierin te helpen. Wij hebben veel respect hoe u dit de afgelopen periode hebt gedaan met de ondersteuning ook van mensen uit de organisatie. Niets was u daarin teveel. U was er, u bent er als u er zijn moet. Dank daarvoor, het is niet makkelijk en wij weten dat het u raakt. Weet dat wekelijks in onze kerken, in onze fractie en persoonlijk voor u gebeden wordt om u te helpen in deze taak. Ook het komende jaar mag u, maar ook het hele college weten, dat er voor hen gebeden wordt.

« Terug